Stip op de horizon – De Olympische Spelen van Parijs in 2024
19 maart 2021 

Stip op de horizon – De Olympische Spelen van Parijs in 2024

De samenwerkingsverbanden tussen Nederland en Frankrijk in het kader van ‘Parijs 2024’ zijn al enige tijd in volle gang. In het zojuist verschenen glossie boekwerkje genaamd “Innoveren met Impact”, dat wordt aangeboden namens TU Delft en Sportinnovator | Topteam Sport, staan de inspiratie voor Tokyo 2021 en de ambitie voor Parijs 2024 in de etalage[1]. Waarom is dat goed nieuws?

Over Tokyo 2021 kunnen we kort zijn; dat is een gelopen race. We hopen niet in sportief opzicht, al is er ten tijde van dit schrijven nog steeds veel onzekerheid. Wel bieden de diverse sportinnovaties en vernieuwings-richtingen die worden getoond mooie aanknopingspunten voor nieuwe business, zoals apps voor beter rolstoelgebruik, klimaatkamers die iets zeggen over je conditie(s) en uitgekiende voeding. Het strategisch handvest lijkt in de steigers te staan en de handreiking wordt geboden in de vorm van partnerships, we zijn benieuwd naar de praktische uitvoering ervan.

Waarom inzetten op sportinnovaties? Wat is daar zo belangrijk aan? Waarom moet Nederland zich hier meer voor inzetten? En wat is dan ons gewin?

We noemen verder maar niet ons wereldwijde ‘Klompen-tulpen-molens imago’ en wat andere en meer recente minder positieve connotaties die worden genoemd in het buitenland. Wel kan ons sport-image en bijkomende vernieuwend vermogen ons zeker helpen om handel in het buitenland te stimuleren.

Dat wordt duidelijk in het tweede deel van het boekje ‘de ambitie ‘Parijs’. Hier wordt door een heuse opstelling Nederland in ‘polepositie’ gebracht met gebundelde krachten van wetenschap, overheid en bedrijfsleven.

Hoe hebben we het in het verleden gepresteerd? Als handelsnatie hebben we ontegenzeglijk vaak op de spreekwoordelijke trom geslagen, sinds 1992 ook binnen de sport-community met ‘Holland Heineken-house’ als PR-eyecatcher en marketing-showcase; wereldwijd zijn ook hiermee bekend geworden. Door maatschappelijke veranderingen, bredere insteek met ook andere handelspartners is dit event vanaf nu omgedoopt naar het TeamNL Center.

Nederland heeft de laatste decennia wel uitzonderlijk goede sportprestaties neergezet, gemeten aan het aantal olympische medailles tenminste. Tot en met Pyeongchang 2018 staan we op een zeer respectabele 17e plaats op de wereldwijde medaille-spiegel met 130 gouden, 136 zilveren, 149 bronzen en dus in totaal 415 Olympische medailles. Dat betekent wel iets, behalve (sportieve) reputaties.

Maar terug naar ons innovatie-vermogen en handelssuccessen; de vele buitenland-missies, al dan niet georganiseerd vanuit de overheid, wat hebben die precies opgeleverd en wat kunnen we daarvan leren? En waarop kunnen we uit het verleden bogen?

Misschien moeten we nog verder terug in de tijd om de toekomst opnieuw te maken. We hebben door de eeuwen heen al een behoorlijk track-record als wereldwijd, toonaangevend  innovatie-land met de nodige successen. 500 jaar geleden bouwden we schepen die net een aantal knopen sneller voeren dan bijvoorbeeld de Engelsen en de Spanjaarden. Indrukwekkende schilderkunst en uitzonderlijke natuurkundige uitvindingen zoals de microscoop volgden.  In de industriële revolutie in de 19e eeuw liepen we niet voorop maar gebruikten we voorsprong van andere landen slim om wereldwijd handel mee te drijven (lees: de logistieke functie). En door onder meer slimme agrarische ontwikkelingen aan het einde van de 19e en in de 20e eeuw zijn we weer wel op het wereldtoneel verschenen. Dus waar kunnen we ons in de 21e eeuw mee op de borst kloppen?

Het streven om met slimme uitvindingen meer gouden medailles te halen is net iets anders dan met sportinnovaties (lees: commerciële successen) op wereldmarkten tot toonaangevend te worden genoemd. Het goede nieuws is dat de potentie en nu ook de wil er is. Nu de uitvoering nog. Wat daarbij zeker komt kijken is ondernemerschap. En dat betekent een doe-mentaliteit met een langere termijn visie en beleid dat deze uitvoering ondersteunt.

Een continue samenwerking tussen R&D en commercie is randvoorwaardelijk om onze ambities waar te maken. En door sport- en marketing-ambassadeurschap samen, gericht en met de juiste middelen in te zetten kunnen we heel wat andere industriesectoren ook op sleeptouw nemen waardoor we nog beter beslagen ten ijs komen. Het is goed om een selectie te maken op welke topsectoren en innovatiespeerpunten we ons focussen, zoals medische technologie en voedingsindustrie.

Tokyo staat vooralsnog op het program en Parijs is over knap 3 jaar al aan de beurt. Werk aan de winkel dus, en de keuze aan welke winkel zal mede ons succes bepalen. De andere stip op de horizon is 2028, met op dit moment Los Angeles nog als enige kandidaat-organisator. Dat is nog 7 jaar en lijkt ver weg maar voor de ambitie die Nederland nu toont is het juist voor de opbouw van een vooraanstaande positie een goede horizon, wat ons betreft zelfs met een doorkijk naar 2032..in India, Australië of dichter bij huis; Duitsland? Of heel andere Spelen? Succes behalen met sportinnovaties is niet strikt afhankelijk van ervan. Hoe dan ook; de Nederlandse overheid zal een belangrijke rol spelen om elke lange termijn ambitie waar te kunnen maken.

Het commerciële initiatief en planvorming hiertoe is nog pril en kwetsbaar en behoeft de eerder geschetste ingrediënten en een meer vastomlijnde structuur. Om daar een bijdrage te mogen leveren, dat is koren op onze molen en onze tak van sport. We zien er naar uit om met diverse partijen bruggen te slaan tussen sport, vitaliteit en gezondheidspreventie en samen te werken als een front.

Met ondernemende groet,

Victor Beerkens

Sports + Vitality BV | De Sport Vitality HUB

[1] https://www.tudelft.nl/sports-engineering-institute, en sportsengineering@tudelft.nl / info@sportsinnovator.

Over de schrijver
Vitaliteitsmakelaar® | Brengt mensen en organisaties in beweging | 🚴 Talks about #sport, #innovatie, #vitaliteit, and #ondernemerschap
Reactie plaatsen